LocalStack: Azure op je eigen laptop
LocalStack for Azure zet Azure op je eigen laptop. Je krijgt een lokale subscriptie waarin je resourcegroepen aanmaakt, Bicep-templates uitrolt en diensten als AKS, Key Vault en Cosmos DB test. Geen Azure-rekening, geen wachttijd, geen risico voor productie. Werk je als DevOps-engineer of platform engineer met Azure, of ben je gewoon nieuwsgierig? Dan lees je hier wat je ermee kunt en hoe je binnen tien minuten begint.
Let op: LocalStack for Azure is nog in public preview. Je maakt lokaal alleen de Azure-diensten aan die LocalStack al nabootst. Welke dat zijn, lees je hieronder. Staat een dienst niet in die lijst, dan werkt hij lokaal (nog) niet. De preview is gratis; de officiële versie verwacht LocalStack begin 2027.
Testen in de echte cloud is traag en duur
Je kent het vast. Je past één regel aan in je Terraform- of Bicep-code en drukt op deploy. Dan wacht je. Een Application Gateway in Azure neemt al snel een kwartier, een AKS-cluster nog langer. Zit er een typfout in, dan begin je opnieuw.
Die wachttijd is niet het enige probleem. Elke testomgeving kost geld, ook als je hem vergeet op te ruimen. Je hebt rechten nodig op een Azure-subscriptie die je liever niet aanraakt. En in je CI-pipeline wil je eigenlijk geen echte cloudcredentials.
LocalStack draait dat om. Je test lokaal, krijgt binnen seconden antwoord en gooit alles weg met één commando. Pas als het werkt, ga je naar de echte cloud.
Je eigen Azure-subscriptie, lokaal
LocalStack for Azure is een Docker-container die de API’s van Azure nabootst. Je tools merken bijna geen verschil. De Azure CLI, Azure PowerShell, Bicep, Terraform en Pulumi praten met localhost:4566 in plaats van met Azure.
Start je de emulator, dan krijg je meteen een lokale subscriptie. Die heet Emulated Azure Subscription by LocalStack en heeft als ID 00000000-0000-0000-0000-000000000000. Daarin maak je resourcegroepen aan, precies zoals je gewend bent met az group create of in de portal. Inloggen hoeft niet: de emulator accepteert elke service principal.
Welke diensten werken al
Tijdens de preview maak je alleen de diensten aan die op de lijst van LocalStack staan. In oktober 2026 zijn dat:
- Beheer: Resource Manager, Resource Graph, API Management, Front Door en CDN
- Containers: AKS, Container Apps, Container Instances, Container Registry
- Serverless en hosting: Functions, App Service
- Data en opslag: Cosmos DB (NoSQL en MongoDB), Azure SQL Database, PostgreSQL flexible server, Storage Account (blob, queue en table)
- Messaging: Service Bus, Event Hubs, Event Grid
- Security en identiteit: Key Vault, App Configuration, Managed Identity, RBAC
- Netwerk: VNet en subnets, private endpoints, private DNS-zones, NAT gateway, publieke IP-adressen, route tables, netwerkinterfaces, Bastion
- Monitoring: Azure Monitor, Application Insights, Log Analytics
Bouw je een hub-spoke-netwerk, dan mis je nog een paar belangrijke onderdelen. Azure Firewall, VPN Gateway, Application Gateway, Load Balancer en network security groups staan niet op de lijst. Azure Policy en de AI-diensten van Azure ook niet. Die test je dus nog in de echte cloud.
Voor mij als Azure-architect zit de winst in de eerste regel. De emulator slikt ARM- en Bicep-templates op resourcegroep- en subscriptieniveau. Je rolt je bestaande infrastructuurcode dus gewoon lokaal uit.
LocalStack bestaat ook voor AWS en Snowflake. Die werken op dezelfde manier, maar dit artikel gaat over Azure.
Zes dingen die je er morgen mee doet
De kracht van LocalStack zit in de feedbackloop: van minuten naar seconden. Dit zijn de toepassingen die ik het vaakst tegenkom.
- Bicep en Terraform testen. Rol je infrastructuurcode uit in een lokale resourcegroep. Fout erin? Aanpassen en opnieuw, zonder kwartier wachten op Azure Resource Manager.
- Integratietests in je pipeline. Start LocalStack als service in Azure DevOps of GitHub Actions. Elke run krijgt een schone subscriptie, zonder echte Azure-credentials in je CI.
- Ontwikkelen zonder Azure-verbinding. Je app praat met een lokale Blob Storage, Key Vault of Service Bus. Handig in de trein, of als de bedrijfsproxy dwarsligt.
- Een veilige zandbak voor AI-agents. Laat een coding agent los op een Azure-omgeving die niets kost en niets kan breken. LocalStack zet hier zelf stevig op in.
- Leren en demonstreren. Nieuwe collega’s oefenen met AKS of Functions zonder eigen subscriptie. Klaar? LocalStack stoppen en starten en alles is weg.
- De Azure Portal op je laptop. Zet
LS_AZURE_PORTAL=1aan en openhttp://localhost:4566/_localstack/portal/. Je ziet je lokale subscriptie en resourcegroepen in een nagebootste portal, zoals je gewend bent.
In vier stappen aan de slag
Je hebt Docker nodig en een gratis account op app.localstack.cloud. De nieuwe command-line tool lstk regelt de rest.
- Installeer lstk. Kies Homebrew of npm:
brew install localstack/tap/lstk
# of
npm install -g @localstack/lstk
- Kies je cloud. Open het configuratiebestand met
lstk config path. Zet het type opazureen zet meteen de portal aan:
[[containers]]
type = "azure"
tag = "latest"
port = "4566"
env = ["portal"]
[env.portal]
LS_AZURE_PORTAL = "1"
Let op die regel env = ["portal"]. Vergeet je hem, dan bestaat het profiel wel, maar gebruikt de container het niet.
- Start de emulator. Typ
lstk. De tool logt je in, haalt de image op en start de container. - Maak je eerste resource. Koppel de Azure CLI één keer aan LocalStack en ga los:
lstk setup azure
lstk az account show
lstk az group create --name demo-rg --location westeurope
lstk az deployment group create --resource-group demo-rg --template-file main.bicep
Met az account show zie je je lokale subscriptie. Daarna maak je de resourcegroep demo-rg aan en rol je je eigen Bicep-bestand erin uit. Lukt dat? Dan draait je eigen Azure op je laptop. Open de portal in je browser en klik rond.
Waar LocalStack ophoudt
Een emulator is geen cloud. LocalStack bootst de API na, niet elk detail van het gedrag erachter. Daarom test je altijd ook nog in de echte omgeving, voordat je naar productie gaat.
Houd ook rekening met deze punten:
- Ook binnen een dienst werkt niet alles. Elke Azure-dienst heeft een pagina met wat wel en niet kan. API Management maak je bijvoorbeeld aan, maar verkeer gaat niet door de gateway.
- Geen management groups. Deployments werken alleen op resourcegroep- en subscriptieniveau. Een volledige landing zone test je dus nog niet lokaal.
- Eén subscriptie, één tenant. Scenario’s over meerdere subscripties, zoals een hub-spoke over aparte subscripties, vallen buiten de emulator.
- Nog preview. Snapshots, App Inspector en chaostests ontbreken nog. De prijs volgt bij de officiële lancering, verwacht begin 2027.
- Account verplicht. Je hebt een LocalStack-account en een auth token nodig. Tijdens de preview betaal je niets.
Mijn advies: begin klein
LocalStack verandert niet wát je bouwt, wel hoe snel je weet of het werkt. Kies één pijnpunt, bijvoorbeeld die trage Bicep-deployment. Draai hem een week lokaal en meet het verschil.
Dit is hét moment om in te stappen. De preview is gratis en je feedback telt nog mee. Start de emulator, maak een resourcegroep in je lokale subscriptie en rol je eerste Bicep-template uit.
Ben je benieuwd of LocalStack in jouw pipeline of landing zone past? Neem contact op, dan kijken we er samen naar.
