Gehost in Nederland, nog lang niet onafhankelijk

Bijgewerkt

Je host je website bij een Nederlandse partij. Dan ben je toch onafhankelijk van Amerikaanse tech? Helaas niet. Van de basis van het internet tot de router in het datacenter: bijna elke laag heeft een Amerikaanse of Chinese eigenaar. In dit artikel loop ik die keten langs, met cijfers waar ze bestaan.

Eén bezoek, vijf lagen

Iemand typt je domeinnaam in. Binnen een halve seconde staat je site op het scherm. In die halve seconde passeert het verzoek vijf lagen:

  • Root-DNS: de wortel van het internet wijst de weg naar .nl of .com.
  • Domeinnaam: de beheerder van je extensie wijst de weg naar je server.
  • Proxy of CDN: vaak zit er een dienst tussen die je site versnelt en beschermt.
  • Datacenter: het gebouw waar je hoster zijn servers heeft staan.
  • Apparatuur: de routers, switches en servers die het werk doen.

Het internet voelt virtueel, maar het is heel fysiek. Het zijn kabels in de straat, glasvezel in datacenters en apparatuur in rekken.

Opengebroken straat in Amsterdam met bundels blauwe, groene, oranje en rode kabels en buizen voor glasvezel, onder steigerbuizen

Je hoster is Nederlands. Maar wie zit er in de andere lagen?

De wortel van het internet staat in Amerika

DNS is het adresboek van het internet. Computers vinden elkaar via IP-adressen, zoals 192.0.2.10. Mensen onthouden liever namen, zoals voorbeeld.nl. DNS zoekt bij een naam het juiste adres. Dat gaat in drie stappen:

  1. De root weet wie .nl beheert en verwijst door naar SIDN.
  2. SIDN weet welke nameservers voorbeeld.nl kennen en verwijst daarheen.
  3. Die nameservers geven het IP-adres van de website.

Meestal stelt de server van je internetprovider die vragen voor je. Die onthoudt de antwoorden een tijd. Zo gaat niet elk bezoek langs de root. Maar zonder root vindt op den duur niemand meer de weg naar .nl.

Elke DNS-zoekvraag begint bij de root. Die bestaat uit dertien root servers, met de letters A tot en met M. Twaalf organisaties beheren ze. Negen daarvan zijn Amerikaans: Verisign (A en J), de University of Southern California (B), Cogent (C), de University of Maryland (D), NASA (E), Internet Systems Consortium (F), het Amerikaanse ministerie van Defensie (G), het Amerikaanse leger (H) en ICANN (L).

Er zijn maar drie uitzonderingen:

  • I-root: Netnod in Zweden
  • K-root: RIPE NCC in Amsterdam
  • M-root: het WIDE Project in Japan

Er staan in oktober 2026 wereldwijd ruim 2.000 kopieën van deze servers, ook in Amsterdam. Valt er één uit, dan merk je niets. Het risico zit dus niet in storingen, maar in zeggenschap. Welke extensies bestaan en naar welke servers ze wijzen, staat in één bestand: de rootzone. IANA, een onderdeel van ICANN, beslist over de inhoud. Het Amerikaanse Verisign verwerkt de wijzigingen, ondertekent de zone en verspreidt hem. De hoofdsleutel die de rootzone beveiligt (DNSSEC), ligt in twee kluizen: in Culpeper (Virginia) en El Segundo (Californië).

ICANN: een Amerikaanse organisatie met wereldwijde macht

ICANN is opgericht in 1998 en lijkt op een stichting. Formeel is het een non-profit naar Californisch recht. ICANN beheert de adresboeken van het internet: de rootzone, de extensies en de verdeling van IP-adressen over de wereld.

Tot 2016 had ICANN daarvoor een contract met het Amerikaanse ministerie van Handel. Dat contract is beëindigd. Overheden, bedrijven en techneuten uit de hele wereld praten nu mee. Maar ICANN valt nog steeds onder het Amerikaanse recht en de Amerikaanse rechter.

Dat ICANN die macht heeft, bleek in 2022. Oekraïne vroeg ICANN toen om .ru uit de rootzone te halen. ICANN weigerde: het is een technisch coördinator en legt geen sancties op. Dat pleit voor ICANN. Maar het laat ook zien dat zo’n beslissing op één plek ligt, in Californië.

Er zijn ook Europese en Nederlandse organisaties met een sleutelrol:

  • RIPE NCC (Amsterdam) is een vereniging naar Nederlands recht. Het verdeelt de IP-adressen in Europa en het Midden-Oosten en beheert de K-root.
  • SIDN (Arnhem) is een stichting. Het beheert de extensie .nl.
  • Netnod (Stockholm) beheert de I-root.

Het datacenter: Nederlands adres, buitenlandse eigenaar

Je hoster heeft een Nederlandse naam. Maar zijn servers staan vaak in een gehuurd datacenter. De grootste eigenaren van datacenters in Nederland zijn Amerikaans: Equinix en Digital Realty. Digital Realty kocht in 2020 het Nederlandse Interxion. Microsoft en Google bouwden daarnaast hun eigen grote datacenters in Noord-Holland en Groningen.

Hoeveel procent is Amerikaans? Een officieel cijfer bestaat niet. Ik vond geen overheidsonderzoek dat het eigendom van alle Nederlandse datacenters uitsplitst. MT/Sprout noemt een schatting uit de sector: 75 procent van de beschikbare capaciteit is in handen van Amerikaanse partijen of wordt gehuurd door niet-Europese partijen. Dat is een grove schatting, maar hij past bij de lijst van grootste spelers.

Ook China is aanwezig:

Ook de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) draait in deze gebouwen. AMS-IX is een van de belangrijkste knooppunten van het Nederlandse internet. Daar koppelen ruim 900 netwerken zich aan elkaar: internetproviders, hosters en clouddiensten. Bekijkt iemand thuis je website, dan gaat dat verkeer vaak via AMS-IX van de internetprovider naar je hoster.

AMS-IX staat in vijftien datacenters. Tien daarvan zijn van Amerikaanse bedrijven, zoals Equinix en Digital Realty. Eén is van Global Switch. De kern van het platform bestaat uit twee routers: één bij het Amerikaanse Digital Realty en één bij Global Switch, met een Chinese eigenaar. Elk datacenter van AMS-IX is met allebei verbonden. Het platform is dus redundant, maar beide kernlocaties zijn Amerikaans of Chinees.

Eén nuance is belangrijk. Huur je een rek in een datacenter van Equinix, dan beheert Equinix het gebouw, de stroom en de toegang. Je data beheert het niet. Het risico zit vooral in continuïteit en fysieke toegang. Anders ligt het als je hoster zelf in Amerikaanse handen is. Onder de CLOUD Act moet een Amerikaans bedrijf data afgeven waarover het zeggenschap heeft, ook als die data in Nederland staat.

De apparatuur: Cisco, Juniper en Huawei

Drie rekken in een datacenter vol netwerkapparatuur en gele glasvezelkabels

In elk datacenter en elk netwerk staan routers en switches. Ook die komen vooral uit Amerika en China. Onderzoeksbureau IDC telde de wereldwijde omzet in het eerste kwartaal van 2025:

Bij de zwaarste routers, die het internet dragen, staan Cisco, Huawei en Juniper bovenaan. Juniper is sinds juli 2025 van het Amerikaanse HPE. Het Finse Nokia is de grootste Europese speler. Cijfers voor alleen Nederland heb ik niet gevonden. Daarnaast komen de chips in vrijwel elke server van Intel, AMD of Nvidia. Ook Amerikaans.

Waarom dit ertoe doet? Netwerkapparatuur ziet al je verkeer. Een paar voorbeelden:

De cloud: Amerikaans geld, Europese achterstand

Amerikaanse cloudbedrijven investeren miljarden in Europa. Een paar voorbeelden:

Ook Microsoft speelt in op de zorgen over soevereiniteit. Sinds juni 2025 biedt het de Microsoft Sovereign Cloud. Data van Europese klanten blijft in Europa, en alleen medewerkers in Europa krijgen toegang. Maar Microsoft blijft een Amerikaans bedrijf en valt dus nog steeds onder de CLOUD Act.

En de Europese cloud? Die loopt ver achter. Amazon, Microsoft en Google hebben samen 70 procent van de Europese cloudmarkt, volgens Synergy Research (juli 2025). Alle Europese aanbieders samen hebben 15 procent. In 2017 was dat nog 29 procent. De grootste Europese spelers, SAP en Deutsche Telekom, hebben elk 2 procent. Europese aanbieders groeien wel, maar de markt groeit harder.

Mijn kijk als Azure-architect

Ik werk zelf met Microsoft Azure. Ook dat is Amerikaans. Microsoft beloofde in april 2025 dat het naar de rechter stapt als een overheid eist dat het zijn Europese cloud stillegt. Dat is een belofte, geen garantie.

Het eerlijke verhaal is dus: een Nederlandse hoster maakt je niet onafhankelijk, en een Amerikaanse cloud maakt je niet per se kwetsbaar. Het gaat erom dat je weet waar je afhankelijk van bent.

Wil je weten hoe afhankelijk jouw organisatie is, of hoe je een exitplan maakt? Neem contact op, dan kijken we er samen naar.

Bronnen